IEC 62386 · Open standaard voor lichtregeling
DALI‑2. De taal van intelligente verlichting.
DALI‑2 is dé wereldwijde open standaard waarmee armaturen, sensoren en besturingen digitaal met elkaar communiceren — merkonafhankelijk, individueel adresseerbaar en met terugmelding. Deze kennisbank legt uit hoe het werkt, van de basis tot de verdieping.
De basis
Wat is DALI‑2?
DALI staat voor Digital Addressable Lighting Interface: een digitaal protocol waarmee verlichting wordt geregeld, vastgelegd in de internationale norm IEC 62386. In plaats van een analoog stuursignaal (zoals 1‑10V) of simpel schakelen, krijgt elk armatuur een eigen digitaal adres. Daardoor is elk lichtpunt individueel te dimmen, te schakelen, te groeperen en uit te lezen — zonder de bekabeling aan te passen.
DALI‑2 is de tweede generatie van deze standaard. De grootste stap ten opzichte van de eerste versie is niet technisch maar organisatorisch: producten worden sinds DALI‑2 onafhankelijk getest en gecertificeerd door de DALI Alliance (voorheen DiiA). Daarnaast is de standaard uitgebreid: waar DALI versie 1 alleen voorschakelapparatuur (drivers, ballasten) beschreef, omvat DALI‑2 ook besturingen, sensoren en bedienelementen. Het resultaat: componenten van verschillende fabrikanten werken aantoonbaar samen in één systeem.
DALI‑2 is daarmee de gemeenschappelijke taal van moderne lichtinstallaties — van een enkele kantoorruimte tot complete gebouwen waarin verlichting onderdeel is van het gebouwbeheersysteem.
Versie 1 vs. versie 2
Het verschil tussen DALI en DALI‑2
Beide versies delen dezelfde bus en hetzelfde basisprotocol. Het verschil zit in scope, certificering en gegarandeerde samenwerking tussen merken.
| Aspect | DALI (versie 1) | DALI‑2 |
|---|---|---|
| Norm | IEC 62386 ed. 1 | IEC 62386 ed. 2 |
| Certificering | ✗ Zelfverklaring fabrikant | ✓ Onafhankelijke test, DALI Alliance |
| Scope | Alleen voorschakelapparatuur | Ook controllers, sensoren en bedienelementen |
| Interoperabiliteit | Niet gegarandeerd | ✓ Getest en geborgd tussen merken |
| Terugmelding & diagnose | Beperkt | Uitgebreid (status, fouten, D4i-data) |
| Productdatabase | — | Openbaar register van gecertificeerde producten |
| Logo | DALI | DALI-2 |
Onder de motorkap
Hoe werkt een DALI‑2 systeem?
Het hart van elk DALI-systeem is de DALI-bus: twee aders waarover zowel de communicatie als de voeding voor de busdeelnemers loopt. De bus werkt op circa 16 volt en is polariteitsvrij — de aders kunnen niet verkeerd om worden aangesloten. Er is geen speciale buskabel nodig: twee aders van een standaard installatiekabel volstaan, en die mogen zelfs in dezelfde mantel zitten als de 230V-voeding.
De topologie is vrij: lijn, ster, boom of een combinatie daarvan. Alleen een gesloten ring is niet toegestaan. Op één lijn kunnen 64 voorschakelapparaten (armaturen) een eigen kortadres krijgen, aangevuld met adressen voor sensoren en bedienelementen. Elk apparaat kan daarnaast lid zijn van maximaal 16 groepen en reageren op 16 lichtscènes — allemaal softwarematig in te stellen, dus aanpasbaar zonder één draad te verleggen.
Commando's worden digitaal verstuurd (1200 bps, Manchester-gecodeerd) en zijn daardoor ongevoelig voor de storingen waar analoge stuursignalen last van hebben. Cruciaal verschil met eenrichtingsprotocollen: DALI is bidirectioneel. Een armatuur meldt terug of het commando is aangekomen, wat de actuele dimstand is en of er een fout is — van lampuitval tot driverstoring.
Bouwstenen
De componenten van een DALI‑2 systeem
DALI‑2 verdeelt een installatie in vier duidelijke rollen. Samen vormen ze een volledig regelsysteem — van detectie tot lichtopbrengst.
Voorschakelapparatuur
LED-drivers en andere voorschakelapparaten die het licht daadwerkelijk regelen. Elk apparaat krijgt een eigen adres, dimt logaritmisch in 254 stappen en meldt status en fouten terug op de bus.
Besturing
Het brein van het systeem: verwerkt invoer van sensoren en knoppen, voert regellogica uit (scènes, daglichtregeling, tijdschema's) en stuurt de armaturen aan. Vaak tevens de koppeling naar het gebouwbeheersysteem.
Sensoren & bediening
Aanwezigheidsmelders, lichtsensoren en drukknopinterfaces. Sinds DALI‑2 zijn deze gestandaardiseerd én gecertificeerd, zodat een sensor van merk A gegarandeerd samenwerkt met een controller van merk B.
Busvoeding
Levert de 16 V voedingsspanning voor de bus, met maximaal 250 mA per lijn. Precies één actieve busvoeding per lijn; vaak al ingebouwd in de controller of router.
Specialisaties
Device types: van LED tot noodverlichting
Bovenop de basiscommando's definieert IEC 62386 device types (DT) met functies voor specifieke toepassingen. De twee belangrijkste in moderne installaties zijn DT6 (LED) en DT8 (kleur); DT1 maakt zelftestende noodverlichting mogelijk.
| Type | Toepassing | Relevantie vandaag |
|---|---|---|
| DT0 | Fluorescentielampen | Historisch; basis van het protocol |
| DT1 | Zelftestende noodverlichting | Hoog — automatische functie- en autonomietesten met logging |
| DT2 | Gasontladingslampen (HID) | Aflopend |
| DT3 | Laagvolt halogeen | Aflopend |
| DT4 | Gloeilampdimmers (fase) | Niche |
| DT5 | Conversie naar 0/1‑10V-signaal | Overgangstoepassingen |
| DT6 | LED-modules | Hoog — de standaard voor vrijwel elke LED-driver |
| DT7 | Schakelfunctie (relais) | Gemiddeld — niet-dimbare lasten meeschakelen |
| DT8 | Kleur en kleurtemperatuur | Hoog — tunable white en human centric lighting via één adres |
Verdieping
D4i: het intelligente armatuur
D4i (“DALI for IoT”) is een certificering binnen DALI‑2 die van een armatuur een volwaardige databron maakt. Een D4i-driver doet drie dingen die een gewone driver niet doet: hij voedt een sensor- of communicatiemodule rechtstreeks vanuit de driver (geen aparte voeding nodig), hij slaat gestandaardiseerde gegevens op in zogeheten memory banks, en hij stelt die data via DALI beschikbaar aan elk systeem dat erom vraagt.
De memory banks bevatten onder meer energieverbruik, branduren, diagnosegegevens (temperatuur, spanningen, foutmeldingen) en assetinformatie zoals fabrikant, type en vermogen van het armatuur. Gecombineerd met een Zhaga-aansluiting (Zhaga Book 18/20) kan een sensor- of draadloze module per armatuur worden bijgeplaatst of vervangen — ook jaren na installatie.
Daarmee is D4i de brug tussen verlichting en IoT: predictief onderhoud, energiemonitoring per lichtpunt en bezettingsdata komen binnen handbereik zonder extra bekabeling of meters.
Waarom DALI‑2
De voordelen op een rij
Herindelen zonder draad te verleggen
Groepen, scènes en regelzones zijn software. Verandert de kantoorindeling, dan verandert de lichtregeling mee — in de configuratie, niet in het plafond.
Merkonafhankelijk samenstellen
DALI‑2 certificering garandeert dat drivers, sensoren en controllers van verschillende fabrikanten samenwerken. Dat voorkomt vendor lock-in en houdt installaties decennia onderhoudbaar.
Besparen met data en daglicht
Aanwezigheidsdetectie, daglichtregeling en taakgericht dimmen besparen in de praktijk fors op het verlichtingsverbruik. Met D4i is die besparing per lichtpunt meetbaar en aantoonbaar — relevant voor energierapportages en certificeringen als BREEAM.
Terugmelding en diagnose
Lampuitval, driverfouten en noodverlichtingstests worden centraal gemeld en gelogd. Storingen worden gericht verholpen in plaats van gezocht.
Human centric lighting
Met DT8 regelt één adres kleurtemperatuur én intensiteit: koeler en feller licht overdag, warmer richting de avond. Goed voor concentratie, bioritme en beleving.
Een standaard die meegroeit
Van DT8 en D4i tot DALI+ over draadloze netwerken: de standaard evolueert door, terwijl bestaande bekabeling en kennis bruikbaar blijven.
In de praktijk
Waar wordt DALI‑2 toegepast?
Kantoren zijn het klassieke DALI-terrein: aanwezigheids- en daglichtregeling per werkplek, scènes voor vergaderruimtes en koppeling met het gebouwbeheersysteem. In onderwijs en zorg komt daar human centric lighting bij — lichtkleur die het dagritme ondersteunt. Parkeergarages en logistiek profiteren van robuuste aanwezigheidsregeling: licht waar beweging is, een laag basisniveau waar niet. In industrie tellen bedrijfszekerheid en diagnose; in retail en hospitality juist scènes en kleurregeling.
Ook buitenverlichting verschuift naar DALI: straatverlichting met Zhaga-D4i nodes combineert dimprofielen met telemanagement per mast. En omdat noodverlichting (DT1) op dezelfde bus meedraait, vervalt een apart testregime: functietesten en rapportage verlopen automatisch.
Voor de installateur
Installatie en inbedrijfstelling
Bekabeling
De DALI-bus vraagt twee aders van een standaard installatiekabel (typisch 1,5 mm²). Veel installaties gebruiken simpelweg een 5-aderige kabel: drie aders voor 230V (L, N, PE) en twee voor DALI. De bus is laagspanning maar mag als basisgeïsoleerd circuit met netspanning in één mantel. Houd de totale lijnlengte onder ~300 meter (max. 2 V spanningsval) en vermijd een gesloten ring; lijn-, ster- en boomtopologie zijn allemaal toegestaan.
Dimensionering
Reken de buslast na: elk apparaat trekt een aantal milliampère van de bus (een typische driver 2 mA, sensoren vaak meer). De som moet onder de 250 mA van de busvoeding blijven — in de praktijk is dat, naast de 64 adressen, de tweede grens van een lijn. Grotere gebouwen worden opgedeeld in meerdere lijnen, gekoppeld via routers of application controllers op een IP-backbone.
Inbedrijfstelling
Na de montage volgt het adresseren: de configuratietool kent elk apparaat een kortadres toe, waarna groepen, scènes en regelgedrag worden ingesteld. Goed om vooraf te regelen: een adresplan per ruimte, eenduidige naamgeving en een export van de configuratie als documentatie. Dat maakt latere uitbreidingen en storingsanalyse aanzienlijk eenvoudiger.
Veelgemaakte fouten
- Twee busvoedingen actief op één lijn (bijv. controller mét ingebouwde voeding plus losse voeding).
- Buslast niet nagerekend, waardoor communicatie onbetrouwbaar wordt.
- DALI-aders doorverbonden tussen twee verschillende lijnen.
- Geen documentatie van adressen en groepen, waardoor beheer later kostbaar wordt.
Kwaliteitsborging
Certificering en de DALI Alliance
De DALI Alliance (voorheen DiiA) beheert de standaard, de testprocedures en het merkgebruik. Alleen producten die de onafhankelijke testprocedure doorstaan, mogen het DALI‑2, D4i of DALI+ logo voeren en worden opgenomen in de openbare productdatabase. Voor voorschrijvers en inkopers is dat de praktische check: staat het product in het register, dan is interoperabiliteit geborgd. Het oude DALI-logo (versie 1) berustte op zelfverklaring van de fabrikant — precies het verschil dat DALI‑2 tot een betrouwbare meerkeuzestandaard maakt.
Vooruitblik
DALI+ en de draadloze toekomst
Met DALI+ draait het vertrouwde DALI-protocol over draadloze en IP-gebaseerde netwerken, te beginnen met Thread. Dezelfde commando's, device types en certificering — maar zonder buskabel waar bekabelen onpraktisch is, zoals in renovaties en monumentale gebouwen. Samen met D4i en Zhaga schuift verlichting daarmee op van een geregelde installatie naar een fijnmazig sensornetwerk door het hele gebouw. Wie vandaag DALI‑2 voorschrijft, kiest dus geen eindstation maar een route: bekabeld waar het kan, draadloos waar het moet, met één protocol als constante.
Veelgestelde vragen
FAQ over DALI‑2
Wat is het verschil tussen DALI en DALI‑2?
DALI‑2 is de tweede editie van de IEC 62386-norm. De belangrijkste verschillen: producten worden onafhankelijk getest en gecertificeerd door de DALI Alliance, de standaard omvat nu ook besturingen en sensoren (niet alleen voorschakelapparatuur), en de interoperabiliteit tussen merken is daardoor sterk verbeterd.
Hoeveel armaturen kunnen op één DALI-lijn?
Eén lijn ondersteunt maximaal 64 individueel adresseerbare voorschakelapparaten, plus maximaal 64 besturingsadressen voor sensoren en bedienelementen. Grotere installaties bestaan uit meerdere lijnen, gekoppeld via application controllers of routers.
Welke kabel is nodig voor een DALI-bus?
Twee aders van een standaard installatiekabel; speciale of afgeschermde buskabel is niet vereist. De busaders mogen in dezelfde mantel als de 230V-voeding (bijv. 5-aderig). Maximale lijnlengte: circa 300 meter bij 1,5 mm² (max. 2 V spanningsval).
Is DALI‑2 achterwaarts compatibel met DALI versie 1?
Grotendeels: DALI‑2 controllers kunnen doorgaans bestaande DALI-1 voorschakelapparaten aansturen. Volledige functionaliteit en gegarandeerde interoperabiliteit gelden alleen tussen DALI‑2 gecertificeerde producten.
Wat is D4i?
D4i is een certificering binnen DALI‑2 voor intelligente armaturen. Een D4i-driver voedt sensoren of communicatiemodules en slaat gestandaardiseerde data op: energieverbruik, branduren, diagnose- en assetgegevens. Samen met Zhaga-aansluitingen vormt D4i de basis voor IoT-gerichte verlichting.
Wat betekent DT8?
DT8 (Device Type 8) is het apparaattype voor kleurregeling. Eén DALI-adres regelt de kleurtemperatuur (tunable white) of kleur (RGBWAF, xy) van een armatuur — de basis van human centric lighting.
Heeft een DALI-systeem een aparte voeding nodig?
Ja: elke lijn heeft precies één busvoeding van circa 16 V en maximaal 250 mA. Deze is vaak ingebouwd in de application controller of router.
Is DALI‑2 geschikt voor noodverlichting?
Ja. Device Type 1 (DT1) beschrijft zelftestende noodverlichting: functie- en autonomietesten lopen automatisch en de resultaten worden centraal gelogd. Dat vereenvoudigt inspectie en rapportage aanzienlijk.
Wat is DALI+?
DALI+ brengt het DALI-protocol naar draadloze en IP-gebaseerde netwerken zoals Thread. Dezelfde commando's en device types, zonder aparte buskabel, met certificering door de DALI Alliance.
Kan DALI‑2 gekoppeld worden aan KNX of BACnet?
Ja. Application controllers en gateways koppelen DALI-lijnen aan gebouwbeheersystemen via BACnet, KNX of Modbus. Zo wordt verlichting onderdeel van het totale gebouwbeheer, samen met klimaat en zonwering.
Naslag
Begrippenlijst
- DALI
- Digital Addressable Lighting Interface — digitaal protocol voor lichtregeling (IEC 62386).
- DALI-2
- Tweede editie van de standaard, met onafhankelijke certificering en bredere scope.
- D4i
- DALI‑2 certificering voor intelligente armaturen met datalogging en module-voeding.
- DALI+
- DALI over draadloze/IP-netwerken, zoals Thread.
- DT
- Device type: functieprofiel per toepassing (DT6 = LED, DT8 = kleur, DT1 = noodverlichting).
- Control gear
- Voorschakelapparatuur die het licht regelt, zoals LED-drivers.
- Application controller
- Besturingscomponent met de regellogica van het systeem.
- Input device
- Sensor of bedienelement dat informatie op de bus zet.
- Kortadres
- Individueel adres (0–63) van een voorschakelapparaat op de lijn.
- Scène
- Opgeslagen lichtinstelling die met één commando wordt opgeroepen (16 per lijn).
- Zhaga
- Consortium dat o.a. gestandaardiseerde aansluitingen voor sensormodules definieert (Book 18/20).
- DALI Alliance
- Wereldwijde organisatie achter de standaard, certificering en productdatabase (voorheen DiiA).